Nederland is het beste land ter wereld, waar alles geregeld wordt door wetjes. Na de invoering van de wet zijn we ook in staat om gelijk die wet te bekritiseren en vervolgens als we dan denken dat het fout gaat lopen om een onderzoek in te gaan stellen. Wetten die geld kosten zijn het eerst aan de beurt en wetten die slecht worden uitgevoerd, waarbij het geen geld kost, komenwaarschijnlijk helemaal niet aan de beurt.

Zo is vorig jaar de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) ingevoerd.

Een prachtige wet voor mensen met een beperking, die in en om het huis de voorzieningen zo moet scheppen dat de functionele hindernissen worden opgelost. Bij wet is de regeling bij de gemeenten ondergebracht, die daar met het ambtelijk apparaat een invulling aan moeten geven. Regels zijn opgesteld, indicaties vastgelegd en er komt een heuse keuring aan te pas, zodat de burger niet het gevoel heeft aan een loterij mee te doen.

100% in eerste instantie afgewezen

In 2007 heb ik bij drie cliënten, die ik als fysiotherapeut behandeld heb, het proces van de aanvraag tot aan de besluitvorming mogen meemaken. Drie mensen met hun eigen (forse) functionele beperkingen. Twee echtparen hadden een reële vervoersvoorziening nodig. De derde cliënt had een meervoudig ziektebeeld met een bovenbeenamputatie en de wens (na ziekenhuisopname) voor een traplift. Alle drie de aanvagen zijn afgewezen op grond van een medische motivatie, waarbij niet in het onderzoek de indicatie aan de orde kwam, maar een sociaal emotionele interpretatie van de arts zelf. Tevens ging de medicus geregeld op de stoelen van een revalidatiearts, de huisartsen en mij als fysiotherapeut zitten.

De besluiten lagen vast en beroep kon worden aangetekend. Mijn traplift-cliënt werd heengezonden met een toezegging van 2500 euro voor de verhuiskosten. Bezwaarschrift moest binnen de gestelde termijn worden ingediend. Indien men een herkeuring wenste, moest binnen 10 dagen contant 115 euro worden neergeteld. Een van de drie cliënten haakte moedeloos af en gaf zich gewonnen door het systeem. Hij heeft vervolgens nergens meer zin in. Zelfs niet om het bij het meldpunt-WMO te melden. Ik kan mij enigszins voorstellen dat daar slechts enkele honderden meldingen zijn binnen gekomen.

Aangespoord door vrienden, de ouderenbond, informatie van de CG-Raad en mijn gevoel voor rechtsgang hebben twee cliënten de moed opgepakt en zijn de strijd aangegaan. Mijn traplift-cliënt doet mee aan de tweede keuring, er volgt rapportage, waarop weer een hoorzitting. Inmiddels had de cliënt van alle (para) medici stukken verzameld, waarin de noodzaak voor het hulpmiddel werden toegelicht om de functionele beperking in huis op te lossen.

Vanmiddag is het besluit gevallen. De traplift is toegewezen! Dolblij belt de partner mij op; “we kunnen naar boven. Alle inspanning is het waard geweest en de aanhouder wint”, voegt ze er nog aan toe. Jammer dat het allemaal zo moet lopen. Drie van de drie afgewezen in eerste instantie geeft mij geen goed gevoel. Leve de WMO, moet dat echt zo?. De felicitaties voor hun geeft mijzelf ook een goed gevoel en maakt de dag toch weer goed.

Uit archief: door: Hans van Mourik, schrijver, oud-bestuurslid van de LVvG  en werkzaam als fysiotherapeut.